Over mij

Waarom deze website er is: Bouwen voor de uitzondering

Systemen horen te werken voor mensen. In de praktijk is het vaak omgekeerd: de mens moet zich aanpassen aan het systeem. Als functioneel beheerder in het onderwijs zie ik dagelijks hoe software, processen en beleid worden ontworpen voor een abstract gemiddelde. Een gemiddelde dat in werkelijkheid niet bestaat.

Mijn blik op technologie is gevormd door de manier waarop mijn brein werkt. Ik ben autistisch en dyslectisch. Waar de buitenwereld soms beperkingen ziet, zie ik een scherpe filter voor ruis. Mijn autisme zorgt ervoor dat ik direct patronen herken en zie waar processen onlogisch worden. Mijn dyslexie dwingt mij tot de essentie; ik heb een ingebouwde allergie voor tekstuele ballast en vage managementtaal.

De realiteit van functioneel beheer in de praktijk

Functioneel beheer vormt de brug tussen de IT-techniek en de dagelijkse onderwijspraktijk. Waar ontwikkelaars kijken naar code en databases, kijkt de functioneel beheerder naar de workflows van docenten en studenten. Het doel is het optimaliseren van informatiesystemen zodat de techniek de eindgebruiker ondersteunt en niet belemmert.

De illusie van de gemiddelde gebruiker

De meeste softwarepakketten in het onderwijs lijken ontworpen te zijn om indruk te maken op de inkopers, niet op de mensen die er uren per dag in moeten werken. Er ontstaan dashboards die vooral bewijzen dat iemand graag dashboards maakt. Intussen zoekt de docent zich een ongeluk naar de knop om simpelweg een cijfer in te voeren.

Wanneer een digitaal proces stroef loopt, hoor ik vaak: “De gebruikers moeten er nog even aan wennen.” Dat is de omgekeerde wereld. Een systeem is pas succesvol als het intuïtief werkt, ook voor de docent met hoge werkdruk of de student die snel overprikkeld raakt. Organisaties denken soms dat een uitzondering verdwijnt zodra hij niet meer in een Excel-sheet past. De realiteit is dat die uitzonderingen de werkvloer vormen.

Bij de introductie van nieuwe technologie of nieuw beleid stel ik daarom altijd dezelfde systemische vraag: Voor wie werkt dit systeem niét?

AI als cognitieve prothese

Generatieve AI wordt op LinkedIn vaak besproken door mensen die het woord ‘exponentieel’ gebruiken alsof ze net de wiskunde hebben ontdekt. AI is geen digitale religie en geen wondermiddel dat de koffieautomaat gaat vervangen via een innovatieve pilot. Het is simpelweg gereedschap. Goed gereedschap is functioneel; slecht gebruikt gereedschap richt schade aan.

Voor mij is AI een hulpmiddel dat mijn denken zichtbaarder maakt. Mijn hoofd zit vaak vol structuren en ideeën, maar de route naar papier kent door mijn dyslexie logistieke drempels. AI helpt mij om de afstand tussen mijn gedachten en de lezer te verkleinen. De technologie neemt het redeneren niet over, maar functioneert als een filter dat de taal toegankelijk maakt. Het vervangt mijn stem niet, het maakt hem hoorbaar.

Lees meer

De analyses op deze website zijn gebaseerd op een brede theoretische en praktische basis. Relevante expertise is opgebouwd via gecertificeerde opleidingen op het gebied van prompt- en context engineering, AI-ethiek, onderwijsontwerp en wetgeving (waaronder de EU AI Act). Dit omvat programma’s van onder andere:
Lund University
Vanderbilt University
IBM
Google
University of Michigan
specifiek gericht op de rol van Chief AI Officer en mens-AI-interactie.

Van abstract beleid naar de werkvloer

In het onderwijs is de verleiding groot om complexe problemen op te lossen met dikke beleidsnotities. Deze stukken bevatten achteraf vaak meer pagina’s dan antwoorden. We zien nu dezelfde reflex ontstaan bij de adoptie van AI en de implementatie van wetgeving zoals de EU AI Act. Men probeert de risico’s dicht te timmeren met protocollen en verbodsbepalingen.

De praktijk laat zich echter niet reguleren vanaf een tekentafel. Als we docenten alleen vertellen wat er niet mag met AI, ontstaat er ‘Shadow AI’: medewerkers gaan buiten de veilige systemen om werken met gratis tools, waardoor datasoevereiniteit en privacy direct in gevaar komen. De vertaalslag van wetgeving naar de werkvloer moet praktisch zijn. Richt geen extra commissies op, maar bied veilige, lokale architecturen en blue-prints waarmee docenten direct ontlast worden.

Toegankelijkheid is geen vinkje

Universal Design for Learning (UDL) mag geen theoretisch model zijn dat ergens in een onderwijsvisie staat genoemd. Toegankelijkheid is pas echt geregeld als de informatieoverdracht cognitief ontlastend is. Dat betekent: heldere taal, korte zinnen, en het scheiden van de hoofdlijn en de technische details.

Deze website is een Living Lab. Het is het resultaat van een autistische en dyslectische functioneel beheerder die AI gebruikt om frameworks en inzichten te delen over hoe onderwijs inclusiever en logischer kan. Niet ondanks die persoonlijke achtergrond, maar juist dankzij die unieke manier van kijken. Als we systemen zo ontwerpen dat ze werken voor de mensen aan de randen, worden ze vanzelf beter voor iedereen.

Welke drempels in de software binnen jouw organisatie worden momenteel nog te vaak afgedaan als ‘gebruikersfouten’?